Naar hoofdinhoud
Lid 1 Zo spoedig mogelijk nadat de beoordeling is opgemaakt, wordt een datum vastgesteld voor een gesprek waarin aan de ambtenaar de beoordeling wordt toegelicht. Lid 2 Het gesprek met de ambtenaar wordt gevoerd door de direct leidinggevende eventueel samen met de hogere leidinggevende. Lid 3 De ambtenaar wordt tijdens het beoordelingsgesprek in de gelegenheid gesteld zijn reactie omtrent de beoordeling kenbaar te maken. Lid 4 Op verzoek van één van de gesprekpartners kan een adviseur bij het beoordelingsgesprek aanwezig zijn. Lid 5 Na afloop van het beoordelingsgesprek tekent de ambtenaar de beoordeling voor gezien, waarbij de leidinggevende aantekening maakt van eventuele bedenkingen van de ambtenaar.

Rechtspraak bij dit artikel