Voor het verlenen van subsidie op grond van deze regeling gelden de navolgende specifieke criteria:
**1..** de aanvrager realiseert de nieuwe sociale huurwoning(en) in de gemeente Oisterwijk. Onder een zelfstandige huurwoning of ander type zelfstandig onderkomen met een maandhuur onder de liberalisatiegrens zoals deze gold op 1 januari 2019.
**2..** de aanvrager moet aantoonbaar in staat te zijn uitvoering te geven aan de activiteit (het project) zoals genoemd in deze regeling;
**3..** het subsidies in het kader van deze regeling worden verstrekt met toepassing van de de-minimisverordening als de aanvrager een rechtspersoon is. De aanvrager vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt. Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000,- over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de de-minimissteun. De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de de-minimisverordening;
**4..** voor realisatie van woningen door middel van functiewijziging of woningsplitsing geldt dat de sociale huurwoningen binnen 3 jaar na het verlenen van de subsidie gerealiseerd moeten zijn. Voor nieuwbouw geldt dat binnen 3 jaar na de verlening van de subsidie gestart moet zijn met de bouw van de woningen. Na de realisatie worden de sociale huurwoningen gedurende minimaal 10 jaar voor sociale verhuur aangeboden via het woonruimteverdelingssysteem Woning in Zicht (of een soortgelijk of opvolgend systeem), zodat de woningen via een transparant systeem worden aangeboden en toegewezen aan woningzoekenden met een passend inkomen. Indien er sprake is van een specifieke (zorg) doelgroep of de realisatie van één woning kan hiervan in overleg met de gemeente worden afgeweken;
**5..** de woningen worden voor minimaal 10 jaar ingezet als sociale huurwoning tegen een huurprijs die niet hoger is dan de jaarlijks vastgestelde aftoppingsgrens, zoals bedoeld in artikel 20, tweede lid, sub a, van de Wet op de huurtoeslag. Als de huurprijs hoger is dan de aftoppingsgrens wordt de te ontvangen huurtoeslag voor de huurder afgetopt, ofwel verlaagd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee aftoppingsgrenzen: Eerste aftoppingsgrens (€ 607,46 per 1 januari 2019); ook wel lage aftoppingsgrens genoemd. Deze grens geldt voor één- en tweepersoonshuishoudens. Tweede aftoppingsgrens (€ 651,04 per 1 januari 2019); ook wel hoge aftoppingsgrens genoemd. Deze grens geldt voor drie- of meerpersoonshuishoudens.
**6..** ter waarborging van de redelijkheid van de verhouding huurprijs en kwaliteit van de te realiseren sociale huurwoningen dient de aanvrager het woningwaarderingsstelsel als uitgangspunt te nemen bij de bepaling van de huurprijs.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Wat zijn de specifieke criteria voor subsidieverlening?
Onderdeel van Wijziging subsidieplafond Subsidieregeling stimulering sociale huurwoningen gemeente Oisterwijk 2019