Indien de gemandateerde verwacht dat uitoefening van de bevoegdheid aanmerkelijke politieke consequenties krijgt, vermoedelijk zal krijgen of daarvan precedentwerking te verwachten is, legt hij het verzoek of zijn voorstel ter afhandeling aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan voor.
Ook wordt de bevoegdheid teruggelegd wanneer wordt afgeweken van vastgesteld beleid of een bestendige bestuurlijke praktijk of wanneer er ingrijpende financiële gevolgen zijn of worden verwacht.
Het genoemde in lid 1 en 2 betreft geen limitatieve opsomming. Er wordt een zeker inschattingsvermogen en politieke sensitiviteit verlangd van de gemandateerde.