De leden van de raad vragen eerst het woord aan de voorzitter en beginnen pas met spreken nadat zij dit gekregen hebben. De leden van de raad spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
Het is niet toegestaan raadsleden te interrumperen in hun eerste termijn.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 23
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk 2019