Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2 geeft het college algemene regels met betrekking tot de duur van de vakantie. De volgende opties wanneer vermeerdering van het basis vakantieverlof aan de orde kan zijn.
door op onregelmatige tijden te werken (maximaal 14,4 uur)
door meer uren te gaan werken (maximaal 50,4 uur bij voltijd dienstverband);
als gevolg van het bereiken van een bepaalde leeftijd;
als gevolg van volbrachte diensttijd;
door het kopen van extra verlof (maximaal 72 uur bij voltijd dienstverband) middels het cafétariamodel.
Lid 1 Op grond van onregelmatige dienst of consignatie (CAR-UWO art.6:2:1 lid 4)
Het basisverlof zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2 wordt verhoogd met 14,4 uur indien regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt gewerkt, bedoeld in de artikelen 3:11 en 3:13 van de CAR-UWO. Ook geldt dit indien de ambtenaar regelmatig en in belangrijke mate verplicht is zich buiten de voor de betrekking vastgestelde werktijden ter beschikking te houden. De leidinggevende beoordeelt in hoeverre aan de gestelde voorwaarden van toekenning wordt voldaan.
Lid 2 Meer uren gaan werken
Voor 1 november kan de ambtenaar verzoeken in het daaropvolgende kalenderjaar de arbeidsduur per jaar te mogen overschrijden met – bij een volledige betrekking – een maximum van 50,4 uren en deze uren om te zetten in vakantie als bedoeld in het eerste lid. Voor de deeltijder wordt dit naar rato berekend.
Lid 3 Vermeerdering vakantieverlof op grond van volbrachte diensttijd (lokaal)
Het basis vakantieverlof wordt op grond van de in de loop van een kalenderjaar bereikte leeftijd of volbrachte diensttijd over dat jaar vermeerderd als volgt:
Leeftijd/ diensttijd
Extra verlof
Totaal verlof
18 jaar
21,6 uren
180,0 uren
19 jaar
14,4 uren
172,8 uren
20 jaar
7,2 uren
165,6 uren
21-29 jaar
--
158,4 uren
30 jaar
7,2 uren
165,6 uren
35 jaar/ 15 dienstjaren
14,4 uren
172,8 uren
40 jaar
21,6 uren
180 uren
45 jaar/ 25 dienstjaren
28,8 uren
187,2 uren
50 jaar
36,0 uren
194,4 uren
55 jaar/ 35 dienstjaren
43,2 uren
201,6 uren
De opbouw van de laatste twee leeftijdsverlofdagen (50 en 55 jaar) vervalt voor personeel dat na 31-12-1996 in dienst is getreden.
Artikel 3