Het college mag van de veronderstelling uitgaan dat belanghebbende 8 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd, indien deze blijkens de Basisregistratie Personen na 1 september 1963 is geboren en tussen zijn zesde en vijftiende levensjaar ten minste acht jaar in Nederland heeft gewoond. Het vorenstaande lijdt uitzondering, ingeval uit het gesprek of dossier aanknopingspunten volgen dat belanghebbende geen 8 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd.
Onder ‘andere documenten’, bedoeld in artikel 18b, tweede lid, onderdeel c, van de wet, kunnen in ieder geval worden geschaard:
een getuigschrift wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de vroegere Wet op het wetenschappelijk onderwijs of de vroegere Wet op het hoger beroepsonderwijs;
een diploma voortgezet onderwijs (ook wel middelbaar onderwijs genoemd), uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs;
een diploma middelbaar beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs;
een diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de vroegere Wet op het leerlingwezen of de vroegere Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;
het certificaat op grond van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) of een verklaring van het regionaal opleidingencentrum (ROC) waaruit blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald (artikel 2.4 lid 1 Besluit Inburgering);
het certificaat voor oudkomers, zoals bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste het niveau NT2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven is behaald (artikel 2.3 lid 1 onderdeel i Besluit Inburgering);
diploma staatsexamen NT2;
Belgisch diploma in het Nederlandstalig onderwijs in België met voldoende voor het vak Nederlands;
Surinaams diploma in het Nederlandstalig onderwijs met voldoende voor het vak Nederlands;
Nederlands-Antilliaans diploma in het Nederlandstalig onderwijs met voldoende voor het vak Nederlands;
certificaat Nederlandse Naturalisatietoets van Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba, Curaçao of Sint Maarten met voldoende voor het vak Nederlands.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.