**1..** Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 30 april een ontwerpbegroting (t+1) op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze terstond, voorzien van een toelichting, aan de raden.
**2..** De raden kunnen het dagelijks bestuur uiterlijk voor 31 juli hun zienswijze over de ontwerpbegroting toesturen.
**3..** Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 september, de ontwerpbegroting en de opmerkingen van de deelnemers en zo nodig een nota van wijzigingen aan het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur zendt de raden zijn schriftelijke reactie op de zienswijzen, overeenkomstig artikel 35, vierde lid, van de Wet.
**4..** Het algemeen bestuur stelt de begroting vóór 15 september vast en zendt terstond afschriften aan de deelnemers.
**5..** Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting vóór 15 september aan GS.
Hoofdstuk 6.
Artikel 25.