Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12.

Bijzondere bijstand aan alleenstaande ouders jonger dan 21 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Voorschoten 2020-2

1.. De alleenstaande ouder voor wie de norm voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar niet toereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien heeft recht op aanvullende bijzondere bijstand ter bestrijding van die kosten. De bepalingen als bedoeld in beleidsregel 11, lid 1, onder a tot en met e, zijn niet van toepassing. 2.. De aanvullende bijzondere bijstand bedraagt het verschil tussen 50% van de norm voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 jaar of ouder zijn doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd en de norm voor een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar per maand. 3.. Indien het noodzakelijk is dat met toepassing van het gestelde in artikel 18, eerste lid en twaalfde lid van de wet algemene bijstand wordt verleend ten behoeve van het kind van een alleenstaande ouder die minderjarig is, wordt die bijstand vastgesteld op 20% van de norm voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 jaar of ouder zijn doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. Deze algemene bijstand wordt beëindigd uiterlijk op het moment dat de minderjarige alleenstaande ouder meerderjarig wordt. Deze regeling is specifiek bedoeld voor de babies van tienermoeders. 4.. Telkens wanneer de landelijke normen gewijzigd en aangepast worden, passen wij de in onderdeel 2 en 3 genoemde bedragen dienovereenkomstig aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel