Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 37.

Bijzondere bijstand in legeskosten bij verblijfsvergunningen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Voorschoten 2020-2

1.. Bijzondere bijstand in de legeskosten bij verblijfsvergunningen is slechts mogelijk, indien de legeskosten verband houden met de eerste vestiging van kinderen tot 18 jaar die bij hun vestiging in Nederland tot het gezin gaan behoren van een reeds rechtmatig in Nederland gevestigde ouder en die tot zijn last komen. Deze kosten komen ten laste van de reeds rechtmatig gevestigde ouder en vinden hun oorsprong derhalve in Nederland. 2.. Indien de legeskosten bij verblijfsvergunningen verband houden met de eerste vestiging van de echtgenoot/echtgenote met een machtiging tot voorlopig verblijf, kan daarvoor geen bijzondere bijstand verleend worden. Deze belanghebbende is op het moment van het ontstaan van de kosten NIET een met een Nederlander gelijkgesteld persoon (artikel 11, lid 2 en 3 van de wet). De kosten komen ten laste van de belanghebbende zelf en vinden hun oorsprong buiten Nederland. 3.. Indien de legeskosten bij verblijfsvergunningen verband houden met de verlenging van de verblijfsvergunning kan daarvoor geen bijzondere bijstand verleend worden. De kosten zijn voorzienbaar en dienen uit het normale ter beschikking staande inkomen bestreden te worden. Er is geen sprake van kosten die door bijzondere individuele omstandigheden bepaald kunnen worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel