Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op bijzondere bijstand voor zover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de op hem van toepassing zijnde norm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of
hij redelijkerwijs zijn onderhoudsplicht tegenover zijn ouders niet te gelde kan maken.
Hoofdstuk
Artikel 9.
Beperkingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Voorschoten 2020-2