Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12.

Bijzondere bijstand aan alleenstaande ouders jonger dan 21 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Voorschoten 2020-2

1.. De alleenstaande ouder, jonger dan 21 jaar, heeft geen recht op bijzondere bijstand. De norm als bedoeld in artikel 20 van de wet, aangevuld met de wettelijke onderhoudsplicht van de ouder(s) wordt in alle gevallen beschouwd als een toereikende en passende voorliggende voorziening. 2.. In uitzondering op lid 1, blijft tot 1 januari 2029 het recht op bijzondere bijstand voor de noodzakelijke kosten van bestaan van toepassing op lopende toekenningen voor 1 januari 2026, of toekenningen van alleenstaande ouders die zich vóór 1 januari 2026 meldden bij de gemeente. De norm als bedoeld in artikel 20 lid 3 en lid 4 van de wet is van toepassing. 3.. Indien het noodzakelijk is dat met toepassing van het gestelde in artikel 18, eerste lid en twaalfde lid van de wet algemene bijstand wordt verleend ten behoeve van het kind van een alleenstaande ouder die minderjarig is, wordt die bijstand vastgesteld op 20% van de norm voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 jaar of ouder zijn doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. Deze algemene bijstand wordt beëindigd uiterlijk op het moment dat de minderjarige alleenstaande ouder meerderjarig wordt. Deze regeling is specifiek bedoeld voor de baby’s van tienermoeders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel