Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte

Een omgevingsvergunning voor één of meerdere woningen wordt geweigerd indien: er per woning minder dan 5 m² bergruimte, niet zijnde de gebruiksoppervlakte voor wonen, beschikbaar is ten behoeve van het stallen van fietsen, afvalcontainers, tuinmeubels e.d.; Een omgevingsvergunning voor één of meerdere woningen kan worden geweigerd indien de hoofdtoegang tot het gebouw niet gericht is op de straatzijde. Een omgevingsvergunning voor één of meerdere woningen in het centrumgebied, zoals afgebeeld op de kaart in bijlage 1, wordt geweigerd indien: de aanvraag ziet op het splitsen van een grondgebonden woning en/of geheel of gedeeltelijke nieuwbouw ter plaatse van een grondgebonden woning ten behoeve van meerdere woningen, of; de aanvraag ziet op splitsing, transformatie en/of geheel of gedeeltelijke nieuwbouw van andere gebouwen dan grondgebonden woningen, waarbij de gebruiksoppervlakte wonen kleiner is dan 50 m² per woning. Een omgevingsvergunning voor één of meerdere woningen in het overig stedelijk gebied, zoals afgebeeld op de kaart in bijlage 1, wordt geweigerd indien: de aanvraag ziet op het splitsen van een grondgebonden woning en/of geheel of gedeeltelijke nieuwbouw ter plaatse van een grondgebonden woning met een gebruiksoppervlakte wonen van minder dan 120 m², en de aanvraag ziet op woningen met een gebruiksoppervlakte wonen die kleiner is dan 60 m² per woning; de gebruiksoppervlakte wonen van de woningen, die ontstaan na splitsing, transformatie en/of geheel of gedeeltelijke sloop en nieuwbouw van gebouwen anders dan grondgebonden woningen, kleiner is dan 35 m² per woning, of indien de woonruimte de beschikking heeft over gemeenschappelijke voorzieningen; 30 m² per woning. Een omgevingsvergunning voor één of meerdere woningen kan worden geweigerd indien: de aanvrager geen overeenkomst met de gemeente sluit ter afwenteling van eventuele tegemoetkoming van de vergoeding van nadeelcompensatie op aanvrager als bedoeld in artikel 15.1 en verder Omgevingswet, dan wel vergoeding van deze tegemoetkoming van nadeelcompensatie niet anderszins verzekerd is; de initiatiefnemer geen invulling geeft aan klimaatadaptief en energieneutraal bouwen. Toelichting: Dit artikel betreft de kern van deze beleidsregel. Het geeft aan onder welke omstandigheden kan worden meegewerkt aan de aanvraag. Indien niet wordt voldaan aan de eisen wordt de aanvraag geweigerd door het bevoegd gezag. De bepalingen in het eerste en tweede lid zijn voor alle locaties van toepassing. Op eigen terrein dient een goed begaanbare bergruimte van minimaal 5 m² aanwezig te zijn voor onder meer fietsen en afval om overlast in de openbare ruimte te beperken. De hoofdentree dient in principe gericht te zijn op de straatzijde, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk blijkt zal bij de aanvraag worden beoordeeld of medewerking wordt verleend aan een alternatieve oplossing. Elke zelfstandige woonruimte moet bereikbaar zijn via de hoofdentree en beschikken over een eigen entree. Voor het centrumgebied en het overig stedelijk gebied gelden verschillende aanvullende eisen. In het derde lid wordt omschreven waar een initiatief voor zelfstandige woonruimten in het centrumgebied aan moet voldoen. Daar mogen geen grondgebonden woningen worden gesplitst dan wel worden gesloopt voor het toevoegen van zelfstandige woonruimten. Voor niet-grondgebonden woningen in het centrumgebied geldt dat de woning na splitsing, transformatie of nieuwbouw minimaal 50 m² gebruiksoppervlakte voor wonen moet hebben. In het overig stedelijk gebied, zoals omschreven in vierde lid, mogen grondgebonden woningen met minimaal 120 m² gebruiksoppervlakte wonen worden gesplitst of gesloopt voor de realisatie van zelfstandige woonruimten met een minimale gebruiksoppervlakte wonen van 60 m² per woning. Zelfstandige woonruimten die ontstaan na splitsing, sloop en nieuwbouw of transformatie van gebouwen anders dan niet-grondgebonden woningen dienen te beschikken over minimaal 35 m² gebruiksoppervlakte wonen. Als bewoners toegang hebben tot een ruimte met gemeenschappelijke voorzieningen zoals omschreven in de begripsomschrijving genoemd in artikel 1.3 onder f volstaat een minimale gebruiksoppervlakte wonen van 30 m². Dit beleid is van toepassing of aanvragen voor het toevoegen van één of meerdere woningen. Bij woningsplitsing gaat het om meerdere woningen maar bij transformatie kan het ook om één woning gaan, bijvoorbeeld een winkelruimte die wordt getransformeerd tot woning. Het vijfde lid geeft eveneens gevallen weer waarin de aanvraag kan worden geweigerd door het bevoegd gezag. In die gevallen gaat het om het afwentelen van eventuele kosten van planschade en klimaat- en duurzaamheidsmaatregelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel