De controle van een separate financiële verantwoording moet zodanig worden ingepland en uitgevoerd dat bij een controleverklaring een redelijke mate van zekerheid en bij een beoordelingsverklaring een beperkte mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) van materieel belang bevat. Bij een controleverklaring betekent dit dat een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent gehanteerd moet worden, indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden. Bij een beoordelingsverklaring bepaalt de accountant zelf het betrouwbaarheidsniveau op basis van professional judgement.
Een controleverklaring dan wel de beoordelingsverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven de bovengenoemde betrouwbaarheid, in de separate financiële verantwoording geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen die groter zijn dan de percentages in de in paragraaf 3.4.1 opgenomen materialiteitstabel. Als omvangbasis geldt hierbij het totaalbedrag van de verleende subsidie.
Bij een verantwoording via de jaarrekening zijn twee situaties mogelijk:
• Bij een bijlage bij de jaarrekening gelden voor deze bijlage dezelfde materialiteitspercentages als bij een separate financiële verantwoording, namelijk die van paragraaf 3.4.1
• Bij een integrale verantwoording in de jaarrekening gelden de voor de jaarrekeningcontrole dan wel beoordeling gebruikelijke materialiteitspercentages. Deze bepaalt de accountant zelf op basis van professional judgement, Hiervoor gelden geen nadere eisen, anders dan een vermelding in de accountantsverklaring.
3.4.1 Goedkeuringstolerantie
Voor de oordeelsvorming van de accountant en de strekking van zijn verklaring zijn de volgende goedkeuringstoleranties van toepassing bij de separate financiële verantwoording en bij een verantwoording via een bijlage bij de jaarrekening:
Soort verklaring
Goedkeurend
Met beperking
Oordeels-onthouding
Afkeurend
Fouten in de financiële verantwoording (% van de verleende subsidie)
≤ 1%
> 1% < 3%
–
≥ 3%
Onzekerheden in de controle (% van de verleende subsidie)
≤ 3%
> 3% < 10%
≥ 10%
–
Bij een bedrag aan verleende subsidies van in totaal minder dan € 250.000 mag bij het bepalen van het percentage worden uitgegaan van een bedrag van € 250.000. Dat betekent, dat de ondergrens voor fouten minimaal € 2.500 is en voor onzekerheden minimaal € 7.500.
Indien de accountant zowel fouten in de financiële verantwoording als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
Onderdeel van Accountantsprotocol Subsidies gemeente Utrecht 2019behorende bij de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht