**1..** De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting van een openbare inrichting bevelen indien daar:
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
wapens ais bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of
zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid.
**2..** De burgemeester trekt het sluitingsbevel In als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen.
**3..** De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan.
**4..** De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
**5..** Het is verboden een openbare inrichting te betreden waarvan de sluiting is bevolen.
**6..** Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden.
**7..** Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bijbehorend erf.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8:
Artikel 2.30a
Sluiting van openbare inrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2019