Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1:

Artikel 4.3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2019

1.. Het is de houder van een inrichting toegestaan in zijn inrichting maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te doen plaatsvinden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting tenminste 3 weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 2.. De houder van de inrichting dient bij festiviteiten als bedoeld in lid 1 de volgende voorschriften in acht te nemen: het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) tengevolge van muziekactiviteiten in de inrichting mag niet meer bedragen dan: 65 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter; 45 dB(A), gemeten in de binnenruimte van aanpandige gevoelige gebouwen; de hiervoor genoemde normen gelden ook voor onversterkte muziek; het bepaalde in het eerste lid geldt uitsluitend voor muziekactiviteiten die in de binnenruimte van de inrichting plaatsvinden; de muziekactiviteiten moeten op vrijdag- en zaterdagavond uiterlijk om 01.00 uur en op andere dagen uiterlijk om 24.00 uur zijn beëindigd; de tijdsduur van een muziekactiviteit bedraagt maximaal 4 uur; tijdens het ten gehore brengen van muziek moeten ramen en deuren van de inrichting gesloten blijven, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 3.. Bij de vaststelling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als bedoeld In het tweede lid wordt geen toeslag muziekcorrectie berekend. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden op verzoek van de houder van de Inrichting toestaan dat van de voorschriften in het tweede lid wordt afgeweken, 5.. Indien de voorschriften als bedoeld in het tweede lid bij voorgaande festiviteiten niet zijn nageleefd, kunnen burgemeester en wethouders de festiviteiten verbieden.

Rechtspraak bij dit artikel