Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11:

Artikel 2.57

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2019

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is; buiten de bebouwde kom zonder deze hond onder geleide of direct toezicht te houden; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing van het verbod in het eerste lid onder a verlenen indien van de eigenaar of houder in redelijkheid niet verwacht kan worden dat de hond aangelijnd is.

Rechtspraak bij dit artikel