Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 7:

Artikel 5.33

Beperking verkeer in natuurgebieden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2019

1.. Het is verboden binnen door burgemeester en wethouders aangewezen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het gebruik van de gebieden en terreinen als genoemd in het eerste lid regels stellen in het belang van: het voorkomen van overlast; de bescherming van natuur- of milieuwaarden; de veiligheid van het publiek. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en voor berijders van paarden ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid RW 1990 aangewezen hulpverleningsdiensten; die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen; die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen; voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d. bedoelde personen. 4.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; binnen de bij of krachtens de provinciale verordening "Stiltegebieden" aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen, die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als "toestel". 5.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel