De eerste termijnincasso zal plaatsvinden een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Het aantal incassotermijnen is gelijk aan het aantal maanden dat resteert in het kalenderjaar, doch bestaat uit minimaal één termijn en maximaal negen termijnen.
In afwijking van artikel 8, lid 2 bestaat voor een aanslagbiljet met een dagtekening in de laatste maand van een kalenderjaar de incasso uit één termijn welke geïncasseerd wordt in de eerste maand van het volgend kalenderjaar.
De incasso vindt plaats omstreeks de vervaldagen zoals vermeld op het aanslagbiljet. De incassant zal het termijnbedrag automatisch incasseren op of om de laatste werkdag van de maand doch niet eerder dan in de laatste week van die maand en niet later dan in de eerste week in de eerstvolgende maand.
Individuele afspraken over het tijdstip van incasseren worden niet gemaakt.
Artikel 8