Naar hoofdinhoud
Het verschilt per project welk overheidsorgaan het bevoegd gezag is en welk orgaan de omgevingsvergunning verstrekt [5]: Windpark < 5 MW: De gemeenteraad is bevoegd om het bestemmingsplan vast te stellen; Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen Windpark 5 - 100 MW (vanaf circa 2 turbines) Provinciale staten zijn bevoegd om het inpassingsplan vast te stellen Gedeputeerde staten zijn bevoegd om de omgevingsvergunningen te verlenen Windpark vanaf 100 MW (niet van toepassing in gemeente Lingewaard) De ministers van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu zijn bevoegd om het inpassingsplan vast te stellen Burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het windpark ligt, zijn bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen Gezien het vermogen van de meeste windturbines, zullen alleen solitaire windturbineprojecten onder het gezag van de gemeente vallen. De provincie kan op verzoek van de gemeente van haar bevoegdheid afzien, waardoor de gemeente het bevoegd gezag wordt. In de Elektriciteitswet 1998 (artikel 9e) staat beschreven dat indien een initiatiefnemer een principeverzoek indient bij een gemeente en die gemeente wijst dit verzoek af en de initiatiefnemer dient vervolgens een principeverzoek bij Provinciale Staten in, dan moet Provinciale Staten een inpassingsplan vaststellen, tenzij er bezwaren zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening. Er dient hierbij te worden gemeld dat er juridisch geen verplichting kan worden opgelegd aan initiatiefnemers tot het creëren van acceptatie/draagvlak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in relatie tot windparken meermaals uitgesproken dat er geen wettelijke regel is die bepaalt dat een ruimtelijk plan alleen mogelijk is als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Een afweging dient op ruimtelijke gronden (‘goede ruimtelijke ordening’) gemaakt te worden en niet op de mate van verzet uit de omgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel