Als uit welke hoofde dan ook door de werkgever wordt geconstateerd dat het verbod op privégebruik door de werknemer wordt overtreden dan worden de volgende sancties opgelegd:
De werkgever legt de werknemer een boete op van € 300,- per geconstateerde overtreding alsmede een bedrag van € 1,- per verreden privékilometer. Deze boete wordt op het nettoloon van de Werknemer ingehouden.
Vanaf de datum van de geconstateerde overtreding wordt de waarde van het privégebruik van de dienstauto tijdsevenredig tot het loon van de werknemer gerekend. Volgens de geldende belastingwetgeving, voor de tijdvakken van het kalenderjaar waarvoor de aangiftetermijn is verstreken moeten correctieberichten op de loonaangifte worden opgemaakt, tenzij de werknemer aan de werkgever alsnog overtuigend kan bewijzen dat de ter beschikking gestelde bestelauto in het kalenderjaar niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt.
Alle verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen en andere sociale premies evenals de boete en de heffingsrente die voortvloeien uit de overtreding van het verbod op privégebruik verhaalt de werkgever op de werknemer.
Als het verbod op privégebruik herhaaldelijk wordt overtreden, dan kan dit naast de hiervoor beschreven sancties ook andere disciplinaire maatregelen en eventueel ontslag uit de dienstbetrekking tot gevolg hebben.