In de gewenste situatie geldt voor alle stakeholders in het bouwproces dat:
partijen zich meer dan nu bewust zijn dat een bouwproces risicoverantwoordelijkheid met zich meedraagt en zij verantwoordelijk zijn voor het proces van risicobeheersing voor het gehele bouwproces, met inbegrip van de bouw- en sloopveiligheid;
stakeholders hun rechten en plichten kennen met als gevolg dat zij hun taak en verantwoordelijkheid serieus nemen;
voor het bouwproces een analyse bouw- en sloopveiligheid maken. Wie zijn de actoren, waar zitten de risico’s en wat zijn de kansen en beperkingen;
binnen de bouwketen integraal wordt samengewerkt, resultaatgestuurd, niet alleen maar winstgestuurd;
er een integraal verantwoordelijke partij is die het mandaat en de middelen heeft om bouw- en sloopveiligheid vooraf maar ook tijdens realisatie te waarborgen. Deze verantwoordelijkheid dient te worden geborgd in het proces.
Om inzicht te krijgen in hoe de bouwwereld in het echt functioneert is het aanbevelenswaardig om kennis te nemen van de rapporten van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (hierna: Onderzoeksraad).
Onderstaande rapporten geven inzicht in de huidige, in de bouwwereld heersende veiligheidscultuur:
Ingestorte betonvloer Rotterdam 21-10-2010
Ingestort dak tribune Grolsch Veste 7-7-2011 2 Onderzoeksraad 3 juli 2012: https://www.onderzoeksraad.nl/nl/onderzoek/1048/ingestort-dak-tribune-grolsch-veste-7-juli-2011
Hijsongeval Alphen aan de Rijn 29-6-2016 en
Hijsen in het hart van de Stad Den Haag 26-4-2017
Deze rapporten geven inzicht in en duidelijkheid over de toedracht van de ongevallen en de rol hierin van alle betrokken partijen. Uit de adviezen en de aanbevelingen van de Onderzoeksraad kunnen alle betrokkenen lering trekken. Voor gemeenten bieden de rapporten handvatten om de taken op het gebied van de publieke veiligheid nog beter uit te voeren. De Onderzoeksraad is in deze rapporten uitgesproken over de rol van de gemeente op het gebied van veiligheid, zowel vanuit haar rol als opdrachtgever, als vanuit haar rol als vergunningverlener/toezichthouder. De Onderzoeksraad is bovendien van oordeel dat er meer bewustzijn en integrale verantwoordelijkheid moet zijn bij alle betrokken partijen.
Kort gezegd wordt in de aanbevelingen uit de hierboven genoemde rapporten met name gewezen op de verantwoordelijkheid voor risicobeheersing, waarbij de Onderzoeksraad het van groot belang acht dat bij bouwprojecten vooraf invulling moet worden gegeven aan die verantwoordelijkheid.
Wat betreft het ingestorte dak van de Grolsch Veste. Door de aard van het bouwwerk bleef de calamiteit “binnen” de bouwplaats en kwam vooral de Arbokant in the picture, maar qua oorzaken past deze calamiteit in dit rijtje.
De Onderzoeksraad heeft in het rapport “Hijsongeval Alphen aan den Rijn” de aanbeveling gegeven, om een risicogestuurd afwegingskader in het Bouwbesluit te verankeren. Dit kader bepaalt onder welke omstandigheden een bouwveiligheidsplan als voorwaarde voor de verlening van een omgevingsvergunning is geboden. 3 In de RvS-versie van het Bbl (juni 2017) is er toch iets met de kritiek op de IC-versie gedaan. In artikel 7.8 onder b wordt nu tussen haakjes het bouwveiligheidsplan genoemd, in artikel7.11 onder f het sloopveiligheidsplan (ook tussen haakjes) en in de artikelsgewijze toelichting op artikel 7.8 wordt de inhoudsopgave van het veiligheidsplan vermeld. Bij artikel 7.11 wordt daarnaar verwezen
De Onderzoeksraad heeft benadrukt dat zorg voor veiligheid een kerntaak is van de overheid. Indien risicovolle bouwprojecten worden voorgedragen voor vergunning-verlening, dient de gemeente zich ervan te verzekeren dat de veiligheid van de omgeving van een bouwwerk is gewaarborgd. Aangezien het wettelijke instrument (het bouwveiligheidsplan) facultatief is en de Onderzoeksraad van oordeel is dat het bouwveiligheidsplan vaker en intensiever kan worden gebruikt om de (omgevings-) veiligheid van bouwprojecten te verzekeren, acht de Onderzoeksraad het van belang dat de gemeenten hierin worden ondersteund door een wettelijk vastgelegd afwegingskader. De risicoafweging of een bouwveiligheidsplan geboden is, wordt hierdoor onderbouwd en transparant. In het rapport “Hijsen in het hart van de stad Den Haag” is deze aanbeveling verder uitgewerkt. Aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst is de aanbeveling gedaan om in samenwerking met de bouwsector, het inzicht in de omvang en aard van bouwrisico’s voor de omgeving van een bouwplaats te verbeteren. De Onderzoeksraad heeft geadviseerd om hiervoor gestructureerd kenmerken, oorzaken, gevolgen en frequentie van incidenten bij te houden en deze gegevens als open data te publiceren. Daarnaast heeft de Onderzoeksraad geadviseerd om het valgedrag van objecten, die uit hijskranen kunnen vallen te onderzoeken en de resultaten hiervan te publiceren. Deze resultaten moeten worden gebruikt om een veiligheidsniveau, vast te stellen voor de omgeving van bouwplaatsen.
Aan de Vereniging BWT Nederland heeft de Onderzoeksraad de aanbeveling gedaan om de data, de resultaten van het onderzoek en het vastgestelde veiligheidsniveau als genoemd in de aanbevelingen aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst in de landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid te gebruiken.
Gelet op deze aanbevelingen hebben wij in deze richtlijn de lessen van deze rapporten vertaald naar de rol van de gemeentelijke organisatie en andere betrokken partijen en deze vertaald in de verschillende hoofdstukken.
Hoofdstuk
Artikel 0.4