Naar hoofdinhoud
Het doel van deze stap is het bepalen van de scope van het project en de omgevingsfactoren waarop het project van invloed is. Bestuderen van het project Bestudeer de oppervlakte, de hoogte, de diepte (van een bouwkuip bijvoorbeeld) van het project. Maak in eerste instantie een inschatting van de mogelijk beschikbare ruimte. Bijzondere risico’s Er dient veel aandacht te worden besteed aan gevaren door vallende voorwerpen, aanrijdgevaar, lawaai, trillingen e.d. Maak daarom een overzicht van de omringende functies en de bijzondere risico’s. Voor een naastgelegen school is bijvoorbeeld lawaai tijdens een examenperiode een bijzonder risico waar rekening mee dient te worden gehouden. Analyseer vooraf de omgeving van het bouw- sloopterrein en vorm een beeld van het gebruik van de openbare ruimte. Zijn er bijvoorbeeld voetgangersstromen, of rijdt er openbaar vervoer langs het bouw en of sloopterrein? Vorm een beeld van de stabiliteit van de belendingen. Onderzoek ook of er nog andere bouw- en of sloopactiviteiten in dezelfde omgeving tegelijkertijd plaatsvinden. Inventariseer de risico’s voor elke groep van personen, door het proces te herhalen voor elke fase van het uitvoeringsproces. Houd rekening met de omvang van (zwaar) transport, bouwkranen, de ruimte rondom een bouwkuip, de werkzaamheden met veel lawaai of trillingen e.d. Veilig voor bouwplaatspersoneel, veilig voor publiek De Arbowet- en regelgeving richt zich allereerst op het bouwplaatspersoneel en als gevolg daarvan is een groot aantal veiligheidsvoorzieningen nodig; er zijn maatregelen nodig als een gekeurde bouwkraan, stevig hijsgereedschap, berekende steiger, en op veiligheid opgeleid personeel op de bouwplaats. Het bouwplaatspersoneel dient te zijn geïnstrueerd over de afstemming van de hijsroute en de looproute en de Arbo-voorschriften richten zich ook op de omgeving (de ‘derden’), bijvoorbeeld door het voorkomen van vallende voorwerpen. Deze voorzieningen veronderstellen een voldoende deskundig inzicht in de risico’s, maar deze risico’s worden veelal niet herkend door personen buiten de bouwplaats. De risico’s vanuit het bouwterrein kunnen daarom een ontoelaatbaar risico betekenen voor de omgeving. Denk aan een groot voorwerp dat wordt gehesen vanaf het bouwterrein, draait in de wind en boven de openbare weg terecht komt. Er is daarom een overlap tussen ‘de risico’s binnen de bouwhekken’ en ‘de risico’s buiten de bouwhekken’. In de richtlijn wordt daarom gesproken van de bouwplaatsoverstijgende risico’s voor publiek. Een belangrijk begrip hierin is de bouwveiligheidszone. Dit is de zone waarop het ‘bouwterrein eindigt en de openbare ruimte begint’ of anders gezegd publiek is veilig vanaf of buiten deze zone.

Rechtspraak bij dit artikel