Naar hoofdinhoud
Om eventuele vervormingen (zettingen en relatieve rotaties) bij belendingen tijdig te detecteren, worden aan de belendingen die binnen de bouwveiligheidszone liggen tijdens de uitvoering vervormingsmetingen uitgevoerd. Vooronderzoek Er wordt vastgesteld welke belendingen binnen de bouwveiligheidszone met betrekking tot de diverse risicoaspecten liggen. Op basis van de draagstructuur van de belendingen wordt bepaald wat de toelaatbare zettingen en relatieve rotaties voor de belendingen zijn. Deze vervormingsgrenzen worden in overleg met het bevoegd gezag vastgesteld. Er wordt bepaald of er alleen verticale metingen (meetboutjes) of 3D-metingen (x, y, en z-vervormingen) worden uitgevoerd. Op basis van de structuur van de belendingen worden meetpunten aangebracht. Er wordt een meetprotocol voor vervormingsmetingen opgesteld, waarin ten minste de meetfrequenties zijn vastgelegd. Er wordt een deskundige partij gekozen voor het uitvoeren van de metingen. Er wordt een procedure vastgesteld bij overschrijding van de vervormingsgrenzen. Metingen Ten behoeve van uit te voeren vervormingsmetingen wordt van ieder pand een 0-meting uitgevoerd. De resultaten hiervan worden vastgelegd in een meetrapport. Vervolgmetingen worden systematisch vergeleken met de resultaten van de 0-meting. De meetresultaten worden volgens het protocol naar alle betrokkenen verzonden. Calamiteiten De vastgestelde zettingsgrenzen worden overschreden. De vastgestelde maximale relatieve rotaties worden overschreden. Er ontstaat onvoorziene scheurvorming in belendingen. Door maaiveldzakkingen is de veiligheid van het openbaar gebied in gevaar of het openbaar gebied is niet meer op een normale wijze toegankelijk. De meetapparatuur faalt. Maatregelen De vervorming-veroorzakende werkzaamheden worden gestaakt. Er worden (in overleg met de betreffende belending-eigenaren) maatregelen aan de belendingen getroffen ten einde verdere vervorming te voorkomen. De uitvoeringsmethoden worden aangepast, zodat geen verdere vervorming aan belendingen meer kan optreden. Maatregelen worden voorbereid in overleg met het bevoegd gezag. Maatregelen worden voorbereid en uitgevoerd door de vergunninghouder, zijn gemachtigde of degene die de omgevingsvergunning uitvoert. 7.1.3 Trillingen Trillingen kunnen schade aan belendingen veroorzaken. Daarom moeten deze trillingen tijdens de uitvoering gemeten worden. Vooronderzoek Er wordt vastgesteld welke belendingen binnen de bouwveiligheidszone met betrekking tot trillingen liggen. Trillingen tijdens bouwwerkzaamheden, zoals inbrengen van funderingspalen of damwanden, worden beperkt overeenkomstig het gestelde in de SBR-richtlijn A: Schade aan bouwwerken. Er wordt vastgesteld welke soort trillingen op zal treden, afhankelijk van de trillingsbron (kortdurend, herhaald kortdurend of continu). Er wordt een protocol opgesteld voor het uitvoeren van trillingsmetingen. Hierin wordt onder andere vastgelegd welke meetmethode zal worden toegepast (indicatief, beperkt of uitgebreid) en wat de meetfrequentie wordt. Er worden op de belendingen meetpunten aangebracht conform de vastgestelde meetmethode. Er wordt een procedure vastgesteld bij overschrijding van de trillingsgrenzen. Er wordt een deskundige partij gekozen voor het uitvoeren van de metingen. Metingen tijdens de uitvoering: Tijdens het uitvoeren van trillingveroorzakende werkzaamheden worden de trillingen continu of volgens de in het protocol vastgelegde frequenties gemeten. Er wordt een alarmsignalering ingesteld (ca. 90% van de grenswaarde). Een bemande meting met een alarmlamp heeft hierbij de voorkeur. De meetresultaten worden volgens het protocol naar alle betrokkenen verzonden. Calamiteiten: De grenswaarde wordt overschreden. Er ontstaat (ernstige) schade aan belendingen. Er treedt verdichting van de bodem op waardoor zakkingen van paden en wegen optreden. Maatregelen: De trillingveroorzakende werkzaamheden worden gestaakt. De meetmethode wordt aangepast (de grenswaarde van uitgebreide metingen is hoger dan indicatief of beperkt). De uitvoeringsmethode wordt aangepast, zodat geen verdere vervorming aan belendingen meer kan optreden, zoals bijvoorbeeld: Het heiblok, de valhoogte, of de trilfrequentie wordt aangepast. Er wordt een sleuf gegraven tussen de trilbron en de belendingen om oppervlakte-trillingen te verminderen. Er wordt overgegaan op voorboren en/of fluïderen (niet in de vaste zandlaag) tot een bepaalde diepte (in overleg met geotechnisch adviseur en de hoofdconstructeur). De uitvoeringsvolgorde wordt aangepast. Er wordt overgaan op een andere uitvoeringstechniek (trillingvrij-systeem).

Rechtspraak bij dit artikel