Naar hoofdinhoud
De volgende voorschriften vast te stellen voor het in werking stellen van de parkeerapparatuur: a. De betaling van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening parkeerbelastingen vindt plaats door het in werking stellen van de op de parkeerlocaties geplaatste parkeerautomaten of individuele parkeermeters. b. Het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00, of € 2,00 dan wel door middel van een pinpas. c. Indien de parkeerplaats is voorzien van parkeerapparatuur waar een kenteken moet worden ingevoerd, dient het kenteken van het voertuig dat geparkeerd wordt volledig en correct te worden ingetoetst. d. Indien de parkeerplaats is voorzien van een parkeerautomaat, waar geen kenteken van het voertuig dient te worden ingevoerd, dient na de betaling van de verschuldigde parkeerbelasting verkregen parkeerkaart als bewijs van betaling goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig te worden geplaatst. e. Op de parkeerkaart worden tenminste de volgende gegevens vermeld: - jaar, dag en maand van de parkeerhandeling, alsmede tijdstip afloop betaalde parkeertijd; - het betaalde bedrag; - het nummer van de parkeerautomaat; - het doorlopende nummer van de parkeerkaart. f. Een uit een parkeerautomaat verkregen parkeerkaart geldt uitsluitend als bewijs van betaling van de verschuldigde parkeerbelasting indien deze kaart is verkregen uit de parkeerautomaat welke behoort bij de gebruikte parkeerplaats. g. In afwijking van het bepaalde onder 4a. kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon of RFID-kaart inloggen op de centrale computer. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij het bedrijf waarmee de gemeente Eindhoven een overeenkomst heeft gesloten. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch, via een App of via een RFID-kaart door te geven aan de centrale computer. Tevens dient de belastingplichtige de overige voorwaarden van het bedrijf in acht te nemen. h. Parkeervergunninghouders dienen tijdens het parkeren de vergunning goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig te plaatsen conform de op de in de vergunning aangegeven plaats. i. In afwijking van het bepaalde onder 4h. dienen parkeervergunninghouders die geen pas ontvangen te zorgen dat het kenteken van het voertuig waar mee geparkeerd wordt volledig en correct geregistreerd is bij de gemeente. j. Indien een wielklem is aangebracht vindt de voldoening op aangifte gelijktijdig plaats met de betaling van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van de wielklem op de wijze als is aangegeven in de Wegsleepverordening 2017, vastgesteld op31 januari 2017.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel