Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7:

Artikel 38:

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Avri

1.. Een gemeenteraad en een college van burgemeester en wethouders van een van de betrokken gemeenten kan een verzoek tot uittreding aan het dagelijks bestuur zenden. 2.. Het dagelijks bestuur zendt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, voorzien van een door een onafhankelijke deskundige opgesteld en door het algemeen bestuur vastgesteld liquidatieplan, aan de raden en de colleges. 3.. De raad en het college van burgemeester en wethouders die wensen uit te treden, dragen de kosten voor het opstellen van het liquidatieplan en geven hiertoe, in overeenstemming met het dagelijks bestuur, de opdracht aan de onafhankelijke deskundige. 4.. De raad en het college van burgemeester en wethouders die wensen uit te treden, besluiten of tot uittreding wordt overgegaan. 5.. De raad en het college van burgemeester en wethouders die besloten hebben tot uittreding dragen de kosten die reëel met de uittreding verbonden zijn. 6.. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het besluit tot uittreding.

Rechtspraak bij dit artikel