1. In deze regeling wordt verstaan onder:
geregistreerd kindercentrum;
houder;
kinderopvangtoeslag;
ouder;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang.
2. In deze regeling wordt verder verstaan onder:
kinderopvang Alle peuters naar de voorschool: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen in een peutergroep vanaf de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar (periode van 1,5 jaar);
kinderopvang Voorschoolse Educatie: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen in een peutergroep vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar (periode van 1,5 jaar) dan wel het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs, waarbij gebruik wordt gemaakt van een erkend VVE-programma uit de databank Effectieve Jeugdinterventies.
ouderbijdrage: het bedrag per maand dat als vaste eigen bijdrage van de ouder verschuldigd is voor kinderopvang.
doelgroep Alle peuters naar de voorschool: kinderen van 2,5 tot 4 jaar waarvan de ouders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag.
VVE-doelgroepkind: Een kind van 2,5 jaar tot 4 jaar* waarbij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige (Vérian) een (risico op) (taal/reken)achterstand heeft vastgesteld.
Fiscaal uurtarief: het maximum tarief voor kinderopvang bij een kindercentrum jaarlijks vastgesteld door de belastingdienst.
* Een VVE-doelgropepkind wordt in groep 1 en 2 op de basisschool ook gezien als doelgroepkind. Of indien nodig iets ouder als de achterstand eind groep 2 nog niet volledig is ingehaald.
Het gaat hier dan om:
Een kind bij wie een achterstand in de taal-rekenontwikkeling wordt geconstateerd.
Een kind van wie (één van) de ouders een inburgeringscursus of een andere NT2/NT1 taalcursus volgen. De NT1 ouders krijgen ook extra aandacht bij het beleid laaggeletterdheid. Er hoeft dus nog geen sprake te zijn van een taalachterstand, maar alleen het risico erop doordat ouders mogelijk een taalschterstand hebben.
Een kind van arbeidsmigranten die niet inburgering plichtig zijn en korter dan 4 jaar in Nederland zijn.
Een kind dat in zijn/haar ontwikkeling bedreigd wordt door eigen aanleg, gezinsfactoren, omgevingsfactoren of een combinatie hiervan.
Een kind waarvan is gesignaleerd dat dit kind (tijdelijk) iets extra's nodig heeft voor de ontwikkeling van een sociaal emotionele achterstand (het gaat dus niet om een kind met een medische oorzaak, zware achterstand of beperking), waardoor het niet ook nog een taal/rekenachterstand oploopt.