Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Regels voor pgb

Onderdeel van Tekstplaatsing: Verordening Zorg voor Jeugd gemeente Apeldoorn

In het eerste lid is een verwijzing opgenomen naar het centrale pgb-artikel (8.1.1) van de wet. Dit lid is opgenomen teneinde in de verordening een compleet beeld van rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders te geven. In het eerste lid is verankerd dat het college op grond van artikel 8.1.1 van de wet een pgb kan verstrekken. Als aan alle wettelijke voorwaarden daartoe is voldaan, kan zelfs van een verplichting van het college worden gesproken (zie ook de tekst van artikel 8.1.1, eerste lid van de wet: “Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen …”). Een pgb wordt slechts verstrekt als de jeugdige of zijn ouders gemotiveerd kunnen aantonen dat de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend is (zie artikel 8.1.1, derde lid, onder b van de wet). Het tweede tot en met zesde lid berusten op artikel 2.9, onder c, van de wet. In deze wetsbepaling staat dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. Het tweede lid geeft aan hoe de hoogte van het pgb wordt bepaald. Sub a. De jeugdige of zijn ouders stellen een pgb-plan op waarin ze aangeven op welke wijze ze de gestelde doelen binnen de afgesproken termijn bereiken. Hierin geven ze tevens aan hoe ze het pgb besteden. De gemeente heeft een format voor het pgb-plan gemaakt dat de jeugdige of zijn ouders dienen te gebruiken. Sub c. Gemeenten hebben de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het pgb. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van jeugdhulp en voor verschillende typen hulpverleners. In dit lid wordt aangegeven dat bij het vaststellen van tarieven in de verordening onderscheid wordt gemaakt tussen jeugdhulp die wordt geleverd door formele en informele hulpverleners. Sub d. Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden voor zover de kosten van het pgb hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening ingekocht door de gemeente (artikel 2.3.6, vijfde lid, onder a, van de wet). De situatie waarin het door de jeugdige of zijn ouders beoogde aanbod duurder is dan het aanbod van het college betekent dus niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. De jeugdige of zijn ouders kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder hoger is, dan het door het college voorgestelde aanbod. Het college kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte dat hoger is dan het door het college voorgestelde aanbod. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen doordat de gemeente vanwege inkoopvoordelen individuele voorzieningen goedkoper kan leveren dan wanneer iemand deze zelf inkoopt met een pgb. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld opvangvoorzieningen. Een pgb kan gemiddeld genomen echter goedkoper zijn dan zorg in natura omdat er minder overheadkosten hoeven te worden meegerekend. Het derde lid regelt dat de jeugdige of zijn ouders het pgb inzetten om de gestelde doelen uit het ondersteuningsplan te behalen binnen de daarvoor gestelde termijn. Zij stellen daartoe een pgb-plan op waaruit ook de besteding van het pgb blijkt. Alleen als zich nieuwe omstandigheden voordoen die het onmogelijk maken de afgesproken doelen te behalen, kan van het pgb-plan worden afgeweken. Gezien de nieuwe omstandigheden wordt hiervan door de jeugdige of zijn ouders direct melding gedaan aan het college i.c. het CJG (artikel 14) Het vierde lid geeft aan dat het niet mogelijk is om achteraf een pgb te vragen voor reeds gemaakte kosten. Verder is voor alle jeugdhulp in spoedeisende situaties geen pgb mogelijk (artikel 11 lid 4 onder b). Deze hulp heeft een spoedeisend karakter en moet dus direct worden ingezet. De tijd om een pgb aanvraag te beoordelen ontbreekt. Ook mag een pgb niet worden ingezet in het buitenland voor een aaneengesloten periode van meer dan 6 weken of voor in totaal meer dan 13 weken per jaar. De Jeugdwet is bedoeld voor inwoners uit de gemeente en niet voor jeugdigen en ouders die een groot deel van het jaar in het buitenland verblijven. Uit het pgb mogen geen administratie of andere kosten samenhangend met het beheer van het pgb worden betaald of voorzieningen die niet als jeugdhulp zijn aan te merken. Verder kan het college voorzieningen uitsluiten. Deze maakt ze bekend in de pgb vergoedingenlijst (zie bijlage 1) In lid 5 bepaalt het college dat gezien de deskundigheid die voor bepaalde zorgvormen nodig is, de inzet van formele hulpverleners verplicht is. Ook deze staan in de pgb vergoedingenlijst (zie bijlage 1) Lid 6 geeft de definitie van formele hulpverlening.. Doorgaans ontvangen jeugdigen en gezinnen de hulp in natura van een formele, dat wil zeggen professionele, hulpverlener. Deze hulpverlener is geregistreerd in het Kwaliteitsregister jeugdhulp en werkt volgens de voor hem geldende professionele standaard. De jeugdhulpaanbieder zorgt voor een verantwoordelijkheidstoedeling, die in redelijkheid leidt tot verantwoorde hulp (artikel 4.1.1 jeugdwet) Met een pgb mogen, onder voorwaarden, ook informele hulpverleners worden ingezet. Lid 7 regelt dat degene die hulp nodig heeft en de formele hulpverlener geen familie van elkaar mogen zijn. Een formele hulp moet professionele afstand kunnen houden. Dit is niet mogelijk als sprake is van een affectieve relatie. Lid 8 sub a. verwijst naar bijlage 1, waarin de maximum tarieven zijn opgenomen voor informele hulpverleners van 23 jaar en ouder. Verricht een informele hulp ook betaalde arbeid dan mag hij in totaal gemiddeld 48 uur per week werken, conform de Arbeidstijdenwet. Deze bepaling is opgenomen ter voorkoming van overbelasting van de informele hulp. Voor informele hulpen jonger dan 22 jaar geldt het wettelijk minimumloon inclusief vakantietoeslag. Lid 9 schetst de kaders voor het inzetten van informele hulpverleners vanuit het pgb. Dit kunnen personen zijn die behoren tot het sociale netwerk. Onder dit sociale netwerk kunnen ook mantelzorgers vallen. Het college is met de regering van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere hulp leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Wat wordt verstaan onder gebruikelijke hulp is te vinden in bijlage 3 Richtlijn Gebruikelijke Hulp bij de beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning en Jeugd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel