**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Participatiewet;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000;
bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm;
referteperiode: de onafgebroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de peildatum;
peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt door middel van een daarvoor bestemd aanvraagformulier;
arbeidsverplichting: de verplichting als bedoeld in artikel 9 eerste lid, aanhef sub a van de wet, dan wel een verplichting die strekt tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 55 van de wet, dan wel verplichtingen die de uitkeringsgerechtigde op grond van de uitkering die hij ontvangt heeft, voor zover die verplichtingen strekken tot arbeidsinschakeling en/of re-integratie;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op inkomenstoeslag als inkomen gezien;
uitzicht op inkomensverbetering: de mogelijkheid om binnen 12 maanden vanaf de peildatum een hoger inkomen te verkrijgen dan de op het moment van aanvraag toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 1