Uitzicht op inkomensverbetering wordt in ieder geval aanwezig geacht indien:
aannemelijk is dat belanghebbende binnen 12 maanden vanaf de peildatum een inkomen gaat ontvangen dat hoger ligt dan de voor hem of haar toepasselijke bijstandsnorm;
belanghebbende of diens partner op de peildatum of in de referteperiode een opleiding volgt of heeft genoten als bedoeld in de WTOS of de WSF 2000;
aannemelijk is dat belanghebbende binnen 12 maanden vanaf de peildatum uit ‘s Rijkskas bekostigd onderwijs gaat volgen waarvoor recht bestaat op een bijdrage van de WTOS of WSF 2000;
belanghebbende op de peildatum een inkomen heeft dat hoger is dan de bijstandsnorm, maar gedurende de referteperiode op bijstandsniveau leeft wegens een minnelijke schuldregeling of WSNP traject;
belanghebbende anderszins uitzicht heeft op inkomensverbetering.
Artikel 7