De budgethouder en budgetbeheerder zijn bevoegd financiële verplichtingen aan te gaan onder de volgende randvoorwaarden:
(meerjarige) financiële verplichtingen kunnen slechts worden aangegaan nadat de budgethouder/budgetbeheerder heeft vastgesteld dat hiervoor binnen de vastgestelde (meerjaren)begroting voldoende budget aanwezig is en dat deze verplichtingen passen binnen de doelstelling waarvoor het budget beschikbaar is gesteld;
financiële verplichtingen mogen niet worden aangegaan als daar in de toekomst geen of te weinig budget voor is opgenomen in de (meerjaren)begroting;
financiële verplichtingen worden niet aangegaan ten laste van de volgende budgetten:
rente en afschrijvingen;
salarislasten;
doorbelasting kostenplaatsen;
stortingen in voorzieningen;
stortingen in en onttrekkingen aan reserves;
stelposten en onvoorzien;
het aangaan van financiële verplichtingen dient te passen binnen de kaders van het mandaatbesluit en het inkoop- en aanbestedingsbeleid.
een budgethouder/budgetbeheerder kan geen verplichtingen aangaan en niet tekenen voor facturen waarbij hij/zij ook als leverancier of opdrachtnemer van de gemeente optreedt of enig ander belang heeft bij de opdrachtnemende organisatie.
Artikel 4