De raad kan aan een commissielid een vergoeding toekennen van maximaal 110% van de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als:
Het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of
Het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Artikel 4
Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerraadsleden