Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Taken en bevoegdheden

Onderdeel van Verordening auditcommissie Uitgeest 2019

1.. De commissie heeft als taak de raad te adviseren in zijn controlerende taak. 2.. De commissie treedt niet in de onderscheiden bevoegdheden van raad en college. 3.. Onder de in het eerste lid bedoelde taken wordt in ieder geval begrepen: de voorbereiding van het door de raad vast te stellen controleprotocol voor de accountantscontrole; eerste aanspreekpunt zijn voor de accountant richting de raad over de opzet en uitvoering van de accountantscontrole; het aandragen van onderzoeksonderwerpen ten behoeve van de controle door de accountant; het voeren van technisch overleg met de accountant over de jaarrekening en het rapport van bevindingen naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole en het adviseren van de raad dienaangaande; het adviseren van de raad over de uitvoering en de aanpassingen van de verordeningen gebaseerd op de artikelen 212 en 213 en 213a Gemeentewet; het evalueren van de werkzaamheden van de accountant; het voorbereiden en het adviseren van de raad over de aanbesteding van de accountantscontrole; het bepalen van een standpunt over toegezegde of vastgestelde verbeteracties en de voortgang met betrekking tot financieel beleid en de Planning & Control cyclus; het bevorderen dat onderzoeken van de accountant, de rekenkamercommissie, de raad, het college en de ambtelijke organisatie op het terrein van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid op elkaar worden afgestemd; het kunnen adviseren aan de raad over de afhandeling van onderzoeken van de rekenkamercommissie; het voeren van afstemmingsoverleg over voorgenomen onderzoeken van het college; het adviseren van de raad over de verantwoording van de bijdragen fractieondersteuning, opgesteld door de accountant. 4.. De commissie heeft geen directe opdracht gevende rol naar de externe accountant, andere onderzoeksbureaus of de gemeentelijke organisatie.

Rechtspraak bij dit artikel