Naar hoofdinhoud
1.. Indien in de leegstandsbeschikking is vastgesteld dat het gebouw, een gedeelte daarvan of de woning(en) geschikt zijn voor gebruik en indien sprake is van meer dan twaalf maanden leegstand, kan het college aan de eigenaar daarvan een gebruiker(s) voordragen. 2.. De eigenaar is verplicht de in het eerste lid voorgedragen gebruiker(s) binnen drie maanden na de voordracht, een overeenkomst aan te bieden tot ingebruikname van het gebouw, een gedeelte daarvan of de woning(en). 3.. Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar binnen drie maanden na de voordracht, bedoeld in het eerste lid, een overeenkomst is aangegaan met (een) ander(e) gebruiker(s), die het gebouw, een gedeelte daarvan of de woning(en) binnen een redelijke termijn in gebruik neemt/nemen. 4.. Het college kan, indien het gebouw, een gedeelte daarvan of de woning(en) noodzakelijke voorzieningen behoeft om weer op redelijke wijze tot gebruik te kunnen dienen, de eigenaar verplichten om binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen. 5.. Het college kan andere voorwaarden stellen aan de uitvoering van de uitvoering van het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel