De voorzitter van beeldvormende en oordeelsvormende commissies is – naast hetgeen hem in deze verordening of op grond van de wet is opgedragen – belast met:
het leiden van de commissie;
het handhaven van de orde;
het in achtnemen en doen naleven van deze verordening;
het geven van gelegenheid aan alle leden – met in achtneming van deze verordening – te spreken over de aan de orde zijnde onderwerpen;
het benoemen van toezeggingen van het college aan de raad.
HOOFDSTUK › Paragraaf 1
Artikel 46