** 1. .** Voor het na de begraving begraven houden van een lijk in een bepaald huurgraf voor de termijn van tien of twintig jaren, wordt, onverminderd de verplichting om de rechten in artikel 5 te voldoen, een begraafplaatsrecht geheven van € 408,00 respectievelijk € 816,00.
** 2. .** Voor het na afloop van de periode als bedoeld in het eerste lid, begraven houden van een lijk, wordt voor iedere termijn van één, vijf of tien jaren, met uitsluiting voor meerdere termijnen tegelijk, een begraafplaatsrecht geheven van € 46,00, € 204,00 respectievelijk € 408,00.
** 3. .** Indien in een huurgraf dat bestemd is voor het begraven houden van twee lijken boven elkaar, een tweede lijk wordt begraven, zijn, onverminderd de verschuldigdheid van begraafplaatsrechten voor het tweede lijk, begraafplaatsrechten voor het begraven houden van het eerste lijk verschuldigd voor de periode waarop de termijn voor het begraven houden van het eerste lijk eindigt tot aan het tijdstip waarop de termijn voor het begraven houden van het tweede lijk eindigt. Voor deze verlenging van het begraven houden van het eerste lijk wordt een begraafplaatsrecht geheven van € 40,80 maal het aantal jaren van deze periode. Een gedeelte van een jaar wordt voor de berekening als een vol jaar aangemerkt.
** 4. .** De in het eerste lid genoemde bedragen worden respectievelijk € 204,00 en € 408,00, de in het tweede lid genoemde bedragen respectievelijk € 20,40, € 102,00, € 204,00, en het in het derde lid genoemde bedrag € 20,40, indien het een grafruimte betreft van een kind beneden de twaalf jaar of van levenloos geborenen, dan wel te doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een urnenmuur of een urnengraf.