Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vóór 1 juli vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. De jaarrekening is vastgesteld wanneer de leden van het algemeen bestuur unaniem voor het voorstel hebben gestemd. 2.. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april maar in elk geval uiterlijk voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. 3.. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de voorlopige jaarrekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en aan de raden.

Rechtspraak bij dit artikel