**1..** De colleges wijzen uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan.
**2..** De colleges wijzen één plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf
Artikel 6: