Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2020

1.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel verschuldigd voor zoveel driehonderd vijfenzestigste deel van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderd vijfenzestigste deel van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 5.. Het derde en vierde lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt en van hetzelfde inzamelmiddel gebruik blijft maken. 6.. Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. 7.. De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 1,00 bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel