Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Uitvoering van onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening op de Rekenkamer Sliedrecht 2019

De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet. De leden van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren van de gemeente Sliedrecht zijn verplicht om op verzoek van de directeur alle inlichtingen en informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. Het verzoek daartoe doet de directeur via de gemeentesecretaris of de griffier. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur aan te geven redelijke termijn. De directeur stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen twee weken hun zienswijze op de nota van bevindingen aan de directeur kenbaar te maken. Na ambtelijke hoor- en wederhoor ten aanzien van de feiten, zoals bedoeld in het derde lid, formuleert de directeur zijn conclusies en aanbevelingen in een concept onderzoeksrapport. Het betrokken orgaan wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken zijn zienswijze op het concept onderzoeksrapport en de conclusies en aanbevelingen (bestuurlijke nota) kenbaar te maken. Het betrokken orgaan deelt, tenminste mee: welke aanbevelingen worden overgenomen, of indien aanbevelingen niet worden overgenomen, de motivering waarom aanbevelingen niet worden overgenomen. De directeur formuleert indien hij dat nodig acht een nawoord naar aanleiding van de reactie van het betrokken orgaan. Het door de directeur definitief vastgestelde onderzoeksrapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur van de rekenkamer worden integraal door de directeur aan de raad aangeboden. De onderzoeksrapporten van de rekenkamer zijn openbaar, tenzij de raad op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur ten aanzien van rapporten die aan de raad worden voorgelegd geheimhouding oplegt. De directeur en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur, respectievelijk medewerker, ter kennis is gekomen.

Rechtspraak bij dit artikel