Op het moment dat de pgb-gerechtigde overlijdt of opgenomen wordt in een (zorg)instelling, eindigt het pgb.
De zorgverlener heeft recht op een eenmalige betaling voor zover er nog budget is.
De hoogte is maximaal een maandloon of het gemiddelde maandloon over de laatste drie volle maanden.
De eenmalige betaling is alleen bestemd voor hulpverleners die werknemer of opdrachtnemer zijn van de budgethouder en er een geldige zorgovereenkomst is afgesloten.
Werknemers die pgb-diensten verrichten in dienst van een zorginstelling komen niet in aanmerking voor de in art. 3 lid 4 genoemde eenmalige uitkering.
Toelichting
Bij overlijden van de budgethouder of de budgethouder wordt opgenomen in een zorginstelling, de eindigt het pgb van rechtswege. De zorgverlener heeft recht op een eenmalige uitkering voor zover er nog budget is. De eenmalige uitkering is bedoeld voor hulpverleners die werknemer of opdrachtnemer zijn van de budgethouder en die plotseling zonder werk komen door de beëindiging van een zorgovereenkomst. De uitkering is nadrukkelijk niet bedoeld voor zorginstellingen.
De hoogte van de eenmalige uitkering hangt af van de zorgovereenkomst die is afgesloten. Gaat het om een overeenkomst van opdracht met een vast maandloon, dan ontvangt de zorgverlener het loon van de laatste volledige maand. In alle andere gevallen ontvangt de zorgverlener het gemiddelde maandloon over de laatste drie volle maanden. Er moet een geldige zorgovereenkomst zijn afgesloten en er moet voldoende budget zijn.
Een eenmalige uitkering kan schriftelijk worden aangevraagd bij de SVB (of de mogelijke opvolger van het SVB) mits voldoende budget beschikbaar is.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4.
Eenmalige betaling na beëindiging van het pgb bij overlijden of opname in een zorginstelling
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet Wageningen 2019