Een vervoersvoorziening kan toegekend worden:
Als de ouders en/of de jeugdige niet in staat zijn om zelf of met behulp van hun sociaal netwerk vervoer te organiseren.
Als ouders en/of jeugdigen wel in staat zijn het vervoer te organiseren maar de afstand en frequentie van vervoer naar jeugdhulp zo groot is, dat dit de gebruikelijke zorgplicht van ouders overschrijdt. Om dit te beoordelen maakt het college gebruik van de volgende berekeningsformule: als het (aantal maanden) x (aantal weken per maand) x (aantal keren per week) x (afstand enkele reis) hoger is dan 1000, dan kan een vervoersvoorziening worden toegekend.
Toelichting
Als ouders en /of de jeugdige niet in staat zijn dit zelf of met behulp van het netwerk te kunnen organiseren, dan kan het college een vervoersvoorziening toekennen. Dit kan vanwege lichamelijke, verstandelijke, psychische of zintuiglijke beperking, maar ook door beperkte financiële middelen.
Daarnaast kan de afstand en frequentie zo hoog zijn, dat dit redelijkerwijs niet meer van ouders en/of de jeugdige gevraagd kan worden. Om dit te bepalen, hanteert de gemeente een berekening die gebaseerd is op de formule die de zorgverzekeraar tot 2015 gebruikte voor het aanspraak maken op ziekenvervoer.
Hoofdstuk 6a
Artikel 6a.2
Criteria vervoersvoorziening
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet Wageningen 2019