De cliënt krijgt gedurende een periode van 4 weken na de opdracht de gelegenheid om maatschappelijk nuttige activiteiten in het kader van de tegenprestatie te zoeken. Hij neemt hiervoor contact op met de maatschappelijke organisaties en de vrijwilligerscentrale.
Als er ook na de tweede zoekperiode geen maatschappelijk nuttige activiteiten voorhanden zijn, ontheft de medewerker van de gemeente de cliënt van de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen voor de duur van 1 jaar.
Als er na de periode genoemd onder punt b nog geen maatschappelijk nuttige activiteiten voorhanden zijn, volgt een volledige ontheffing van de tegenprestatie.
Toelichting
Als de cliënt geen concrete activiteiten heeft aangegeven die uitgevoerd kunnen worden, krijgt hij de gelegenheid om deze zelf te zoeken. Om de klant van dienst te zijn bij deze zoektocht, wordt hij verwezen naar mogelijke partijen, te weten de vrijwilligerscentrale en de partijen die in het kader van maatschappelijke ondersteuning beleidsplan bekostigd worden door de gemeente.
Geen activiteiten voorhanden. Deze regel volgt uit artikel 7 lid 2 van de Verordening tegenprestatie Wageningen 2015. Het heeft weinig zin om de belanghebbende te verplichten net zo lang door te zoeken totdat er een maatschappelijk nuttige activiteit gevonden is. Dat werkt demotiverend en daarbij bestaat de kans dat er een activiteit wordt gevonden die niet (helemaal) past bij de mogelijkheden van de belanghebbende. Daarom is het beter om een rustperiode van 1 jaar in te lassen. Als er na dit jaar na serieuze pogingen nog steeds geen maatschappelijk nuttige activiteiten gevonden zijn, volgt structurele vrijstelling. Gedurende de zoekperiode kan overigens ook worden geprobeerd structureel vrijwilligerswerk te vinden. Als dat lukt, dan volgt automatisch vrijstelling.
8
Artikel 8.4
De zoektijd
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet Wageningen 2019