Naar hoofdinhoud
Geen havengeld wordt geheven ter zake van: vaartuigen, rechtstreeks in gebruik bij de gemeente; vaartuigen, tot het uitbaggeren van de havens en de vaargeul gebezigd; marine- of politievaartuigen en alle andere bij het Rijk in gebruik zijnde vaartuigen, waarmee geen personen of koopmansgoederen tegen betaling worden vervoerd; hospitaalschepen; vaartuigen, welke de haven ten gevolge van averij of noodweer als vluchthaven aandoen, in de haven te lossen of te laden; vaartuigen, welke ten gevolge van onbevaarbaarheid van het Eemmeer wegens ijsgang, mist of anderszins genoodzaakt zijn in de haven te verblijven; vaartuigen, die zonder te laden of te lossen de haven aandoen wegens een ongeval, ziekte van de bemanning of gezinsleden, één en ander ter beoordeling van het dagelijks bestuur; vaartuigen, welke van een werf te water worden gelaten en binnen 14 dagen de haven ongeladen verlaten; vaartuigen, bedoeld in artikel 5, lid 1, onderdelen a tot en met c van deze verordening, die geen gebruik maken van de gemeentelijke haven dan om aan een scheepswerf hersteld te worden, het één en ander voor een periode van ten hoogste 14 dagen; boten en sloepen tot een ander vaartuig behorende en daaraan verbonden; vaartuigen welke in verband met hun deelname aan de jaarlijkse Zuidwalwedstrijden een ligplaats innemen. De vrijstelling geldt gedurende één week voor de aanvang van de wedstrijden tot en met één dag erna.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel