Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Werkwijze

Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet niet gedoogde lokalen gemeente Breda

Rapportage De politie informeert het Kabinet van de Burgemeester zo spoedig mogelijk na een constatering van een overtreding van de Opiumwet of bij overlast als bedoeld in artikel 174a Gemeentewet, door middel van een politierapportage aan de Burgemeester. De politie maakt daarnaast proces­ verbaal op voor het openbaar ministerie. Bestuurlijke maatregel Op basis van deze beleidsregel bepaalt de burgemeester welke bestuurlijke maatregel moet volgen op de geconstateerde overtreding in of vanuit het pand. In beginsel wordt er dus overeenkomstig deze beleidsregel besloten. Alleen op basis van feiten en omstandigheden kan de burgemeester in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de maatregelen zoals in deze beleidsregel is vastgesteld (artikel 4:84 Awb, de zogenaamde inherente afwijkingsbevoegdheid). Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bij zeer ernstige overtredingen een stap wordt overgeslagen of voor een langere periode wordt gesloten. Begunstigingstermijn In de regel wordt bij toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet een begunstigingstermijn geboden. Deze termijn verschaft de betrokken exploitant of eigenaar de gelegenheid zelf uitvoering te geven aan een bevel tot sluiting op basis van artikel 13b Opiumwet. In geval van drugshandel in harddrugs wordt echter geen begunstigingstermijn gegeven. Ingevolge vaste jurisprudentie mag bij harddrugs als uitgangspunt worden genomen dat de vereiste spoed zich verzet tegen het gunnen van een begunstigingstermijn. In het geval van softdrugs wordt degene die het in zijn macht heeft om uitvoering aan het gegeven sluitingsbevel te geven, wel een begunstigingstermijn gegeven. Dit zal in de regel vijf werkdagen zijn. Gedurende deze dagen kan betrokkene de nodige voorbereidingen treffen zoals het verwijderen van bederfelijke etenswaar en andere spullen en/of afsluiten van water en elektriciteit. Blijkt betrokkene na afloop van de begunstigingstermijn geen uitvoering te hebben gegeven aan het op grond van artikel 13b Opiumwet gegeven sluitingsbevel van de burgemeester, dan wordt dit door of namens de burgemeester uitgevoerd. Daarbij kunnen de eventuele kosten worden verhaald. Sluiting Als uitgangspunt bij optreden wordt bij handel in drugs wordt in de regel gekozen voor een sluiting (het toepassen van bestuursdwang) en niet voor het opleggen van een dwangsom. Een sluiting wordt gezien als het meest effectieve middel om de overtreding ongedaan te maken, een einde te maken aan de handel in drugs vanuit dat pand en de loop naar dat pand te ontnemen, zodat klanten en dealers geen gebruik meer maken van dat pand voor de handel in drugs. Gezien het grote financiële gewin in het circuit van de drugshandel, mag van een dwangsom weinig effect worden verwacht, in de zin dat naar verwachting niet zal worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Bestuursdwang is een directer middel. Sluiting zal in de regel gebeuren door het sluiten van de deuren van het pand en de verzegeling van deze toegangen. Hiermee wordt voorkomen dat het woon- en leefklimaat in de directe omgeving zo min mogelijk negatief wordt aangetast. Dit zal bijvoorbeeld al snel het geval zijn als een pand met houten platen wordt dicht gemaakt. Indien blijkt dat de verzegeling niet werkt doordat deze is verbroken, dan wordt overgegaan tot een effectievere feitelijke uitvoering van de bestuursdwang. Gedacht moet worden aan het fysiek dichtmaken van de toegangen tot het pand. Bij het toepassen van een sluiting / bestuursdwang, wordt het (niet) voor het publiek toegankelijke lokaal gesloten. Op grond van art. 2.3.2. APV Breda 2004 is het verboden zich in een door de burgemeester op grond van art. 13b Opiumwet gesloten lokaal of ruimte te bevinden. Intrekken vergunning Indien van toepassing, zal naast de bestuurlijke handhaving op grond van artikel 13b Opiumwet, bij elke constatering van een overtreding van de Opiumwet de mogelijkheid worden bezien van intrekking van de Drank- en Horecawetvergunning op grond van artikel 31 eerste lid sub d van de Drank- en Horecawet, danwel de exploitatievergunning woon- en leefklimaat op grond van de APV Breda 2004.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel