Naar hoofdinhoud
De verordening Participatiewet is voor dit artikel leidend. Voor de doelgroep niet-uitkeringsgerechtigden en doelgroep loonkostensubsidie gelden de volgende aanvullingen: Om voor ondersteuning in aanmerking te komen, geldt voor niet-uitkeringsgerechtigden en de doelgroep loonkostensubsidie dat: zij niet of minder dan 12 uur per week werken en minimaal 12 uur per week beschikbaar zijn voor werk; zij verplicht zijn te registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; zij zich melden op eigen initiatief; zij zich actief inzetten voor het plan van aanpak, bij onvoldoende mee werken aan het plan van aanpak beëindigt het college de dienstverlening; zij het plan van aanpak ondertekenen. Ondersteuning niet-uitkeringsgerechtigden en doelgroep loonkostensubsidie: is gericht op de kortste weg naar werk. is gericht op algemeen geaccepteerde arbeid. niet-uitkeringsgerechtigden en doelgroep loonkostensubsidie die aanspraak maken op begeleiding in het kader van de Participatiewet ontvangen deze begeleiding in beginsel van de afdeling Werk en Inkomen tenzij blijkt dat begeleiding door een andere afdeling passender is. Voor niet-uitkeringsgerechtigden wordt de basisdienstverlening ingezet van de gemeente, bestaande uit deelname aan (groeps)bijeenkomsten op het gebied van sollicitatie en netwerkbijeenkomsten. Er wordt in principe geen individuele begeleiding en trajecten aangeboden, tenzij naar oordeel van het college inzet van een voorziening buiten de basisdienstverlening in het individuele geval noodzakelijk is om instroom binnen zes maanden in de uitkering preventief te voorkomen. Voor deze vorm van ondersteuning is ook een reiskostenvergoeding beschikbaar. Voor de doelgroep loonkostensubsidie geldt dat zij gebruik kunnen maken van alle voorzieningen beschreven in de Participatieverordening. Financiële bijdrage niet-uitkeringsgerechtigden en de doelgroep loonkostensubsidie: wanneer het vermogen meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen zoals vastgesteld in artikel 34 van de wet moet de niet-uitkeringsgerechtigde de overschrijding gebruiken voor de financiering van het traject; wanneer het gezinsinkomen (huishoudnorm) meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm moet de niet-uitkeringsgerechtigde 50% van de kosten van het traject zelf bekostigen; wanneer het gezinsinkomen (huishoudnorm) meer bedraagt dan 140% van de toepasselijke bijstandsnorm moet de niet-uitkeringsgerechtigde 75% van de kosten van het traject zelf bekostigen; wanneer het gezinsinkomen (huishoudnorm) meer bedraagt dan 160% van de toepasselijke bijstandsnorm moet de niet-uitkeringsgerechtigde de volledige kosten van het traject zelf bekostigen; aan de doelgroep loonkostensubsidie wordt geen financiële bijdrage gevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel