**1..** Indien de noodzaak daarvan in de specifieke situatie van een belanghebbende vast staat, wordt een vorm van scholing aangeboden.
**2..** Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing wordt rekening gehouden met de voor belanghebbende geldende kortste weg naar duurzame arbeid, zijn arbeids- en opleidingsverleden alsmede de duur van zijn werkloosheid.
Op het moment van aanvraag heeft de persoon geen afgeronde opleiding hoger dan MBO-4 niveau.
In afwijking kan worden besloten eerder scholing in te zetten, naar het oordeel van het college. Bijvoorbeeld voor de doelgroep loonkostensubsidie en alleenstaande ouders, of als er garantie is op duurzame uitstroom van minstens zes maanden.
In de basis wordt ingezet op en zo kort mogelijk durende opleiding, hiervan kan worden afgeweken indien dit naar de inschatting van de professional bijdraagt aan een grotere kans op duurzame uitstroom. Bijvoorbeeld in het geval van een opleiding voor de doelgroep loonkostensubsidie bij het REA college of het leven langlerenkrediet.
**3..** Voor de scholing die wordt aangeboden geldt dat de goedkoopste en de meest adequate scholingsmogelijkheid moet worden benut.
**4..** Jongeren die onder de 27 jaar zijn en uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen zijn uitgesloten van scholingskosten. Deze jongeren worden wel op leerbaarheid onderzocht door het Regionaal Meldpunt Coördinatie Vroegtijdig schoolverlaten (RMC).
**5..** De volgende scholing wordt als niet-noodzakelijk aangemerkt in verband met de arbeidsinschakeling:
een opleiding die primair gericht is op individuele zelfontplooiing en een zinvolle vrije tijdsbesteding;
een opleiding die primair gericht is op algemene vorming;
een opleiding waarvoor belanghebbende de kosten redelijkerwijs vergoed kan krijgen dan wel had kunnen krijgen op grond van een voorliggende voorziening.
Specifieke kosten in verband met scholing
Voor de scholing komen de volgende kostensoorten voor vergoeding of subsidie in aanmerking:
Opleidingskosten en cursusbijdragen;
Boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut verplicht zijn gesteld;
Examengeld;
Reiskosten.
Indien de persoon de scholing met goed gevolg afrondt, vindt geen terugvordering plaats.
Indien persoon de scholing niet succesvol afrondt, maar zich wel heeft ingespannen en geen bovenmatig verzuim heeft gehad, vindt geen terugvordering plaats.
Indien persoon door verwijtbare handelingen (hieronder vallen in ieder geval: bovenmatig verzuim, niet houden aan afspraken en onvoldoende inzet tonen in het algeheel), de scholing moet staken, zal het toegekende bedrag worden teruggevorderd.