Het college is bevoegd een lid van de raad, dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de raad, te schorsen.
Een besluit tot schorsing, als bedoeld in het eerste lid, wordt onmiddellijk aan het oordeel van de gemeenteraad onderworpen.
Een door de gemeenteraad uit zijn midden aan te wijzen delegatie hoort het lid van de raad, dat is geschorst, en de raad.
De gemeenteraad regelt in een besluit de gevolgen van zijn beslissing.
De gemeenteraad kan een lid van de raad ontslaan, indien deze door handelen of nalaten in zeer ernstige mate afbreuk doet aan het functioneren van de raad.
Alvorens een dergelijk besluit te nemen hoort een door de gemeenteraad uit zijn midden aan te wijzen delegatie het lid dat wordt ontslagen en de raad.
Artikel 16
Schorsing en ontslag
Onderdeel van Verordening, regelende de instelling, taak, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de Zeeuwse Programmaraad