**1..** De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het kalenderjaar waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel van e, van de Wet waardering onroerende zaken.
**3..** In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
**4..** De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
**5..** De belasting bedraagt bij een waarde van:
1
minder dan
€ 100.000
€ 245
2
€ 100.000 of meer, maar minder dan
€ 200.000
€ 280
3
€ 200.000 of meer, maar minder dan
€ 250.000
€ 314
4
€ 250.000 of meer, maar minder dan
€ 300.000
€ 352
5
€ 300.000 of meer, maar minder dan
€ 350.000
€ 385
6
€ 350.000 of meer, maar minder dan
€ 400.000
€ 421
7
€ 400.000 of meer
€ 458
Artikel 4
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Bronckhorst 2020