Het aflossingsbedrag zoals medegedeeld in het terugvorderingsbesluit geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
Het college kan de betalingsverplichting ambtshalve toepassen naar aanleiding van een periodiek onderzoek en, op aanvraag, bij gewijzigde omstandigheden ten aanzien van de draagkracht van de belanghebbende.
Binnen twee weken na de datum van bekendmaking van het besluit, kan de belanghebbende een schriftelijk verzoek indienen, onder bijvoeging van afschriften van bewijsstukken, tot gespreide betaling, tot verlaging van de maandelijks vastgestelde betalingsverplichting of tot tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting, indien hij niet in staat is deze schuld ineens te voldoen.
Het college neemt binnen vier weken na ontvangst van het verzoek een besluit hierover. Indien ingestemd wordt met termijnbetaling, wordt in het besluit ieder geval vermeld:
de hoogte van de maandelijkse betalingsverplichting;
de ingangsdatum van de aflossingsverplichting;
de rechtsgevolgen die intreden bij gebreke van (tijdige) nakoming van een betalingsverplichting.
Een ingediend bezwaar tegen het terugvorderingsbedrag of tegen de vastgestelde betalingsverplichting wordt door het college ambtshalve aangemerkt als een verzoek om toepassing van schorsende werking en toegekend tot één week na de dag van verzending van de beslissing op bezwaar.
Paragraaf 2
Artikel 4