Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Criteria voor het activeren

Onderdeel van Nota waardering en afschrijving 2020

Alle investeringen worden geactiveerd (artikel 59 BBV) met inachtneming van de hieronder opgenomen criteria. Kosten geldleningen De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden niet geactiveerd. Activeringsgrens Uit oogpunt van efficiency wordt een ondergrens gehanteerd voor het activeren van investeringen. Investeringen die niet worden geactiveerd worden in één keer ten laste genomen van de exploitatie in het desbetreffende jaar. Als gelijksoortige goederen in één keer aangeschaft worden en hiermee de ondergrens wordt overschreden dan wordt de investering geactiveerd. Voor het activeren van investeringen met een economisch nut wordt een ondergrens gehanteerd van € 25.000. Gronden en terreinen vormen een uitzondering op deze regel. Deze worden altijd geactiveerd. Meerjarig nut Voor het activeren van investeringen dient sprake te zijn van meerjarig nut. Investeringen worden geactiveerd als er sprake is van meerjarig nut (exploitatie > 2 jaar). Als de economische levensduur 2 jaar of minder is dan wordt de investering direct ten laste van de exploitatie gebracht. Kosten van onderzoek en ontwikkeling De kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief kunnen onder voorwaarden worden geactiveerd op basis van de BBV. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt. Onderzoeks- en ontwikkelingskosten en voorbereidingskosten die leiden tot een actief worden geactiveerd. Als één en ander niet geleid heeft tot een actief worden de kosten ten laste van de exploitatie gebracht. Kosten onderhoud Onderhoud houdt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de vooraf bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object. Kosten van onderhoud mogen daarom niet worden geactiveerd. (zie paragraaf 6) Onderhoud is niet van invloed op de bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd. Bruto en netto activeren Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd (bruto-methode). Als voor de betreffende investering een bestemmingsreserve gevormd is mag deze reserve niet in mindering gebracht worden op de investering, maar kan de reserve gebruikte worden als dekking van de jaarlijkse uit de investering voortvloeiende kapitaallasten. Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief moeten op de investering in mindering worden gebracht (netto-methode).

Rechtspraak bij dit artikel